Welcome to GPFans

CHOOSE YOUR COUNTRY

  • NL
  • GB
  • FR
  • ES-MX
  • NL
Van net niet goed genoeg tot geprezen F1-debutant | De opmars van Nyck de Vries

Van net niet goed genoeg tot geprezen F1-debutant | De opmars van Nyck de Vries

F1 Nieuws

Van net niet goed genoeg tot geprezen F1-debutant | De opmars van Nyck de Vries

Van net niet goed genoeg tot geprezen F1-debutant | De opmars van Nyck de Vries

Nyck de Vries maakt volgend jaar zijn fulltime Formule 1-debuut bij het team van AlphaTauri, maar even leek het erop dat de in Friesland geboren coureur nooit een voet tussen de deur zou krijgen in de koningsklasse. Hij hield echter voet bij stuk. De Vries dwong zijn kansen af en zag dat uiteindelijk uitbetaald worden. In deze GPFans Special werpen we een blik op het leven en de opmars van deze Formule 1-coureur in spé.

De Vries zag het levenslicht op 6 februari 1995. Hij kwam ter aarde in Uitwellingerga: een dorp in de gemeente Súdwest-Fryslân. Met een vader als professioneel coureur werd De Vries geboren met benzine in zijn aderen. Al op jonge leeftijd klom hij achter het stuur, maar het wat serieuzere werk begon vanaf 2008. Dat jaar maakte hij zijn debuut bij het Italiaanse Chiesa Corse Zanardi Team, waarmee hij verschillende kampioenschappen in het karten op zijn naam wist te schrijven. Zo greep hij in 2008 direct de titel in de KF3 en de Duitse jeugdklasse. In 2009 herhaalde hij dit kunstje nog eens, om daarnaast het Europees Kampioenschap KF3 aan zijn CV toe te voegen.

Dominantie in het karten

Deze sterke seizoenen betaalden zich uit in de vorm van een plekje bij het talentenprogramma van het Formule 1-team van McLaren. De Vries werd in 2010 in de academie opgenomen, en zou hier uiteindelijk tot en met 2019 onderdeel van uit blijven maken. Ondertussen bleef hij zijn goede vorm doorzetten en de kartwereld domineren. In 2010 werd hij wereldkampioen in de KF2-klasse, om vervolgens in 2011 op het Japanse Suzuka het wereldkampioenschap in de KF1-klasse op zijn naam te schrijven: wereldwijd de hoogsthaalbare klasse in het karten. In het kartlandschap had De Vries niets meer te bewijzen, en dus maakte hij in 2012 de overstap naar het Formula Racen.

Debuut in het Formula Racen

Hier maakte hij zijn debuut in zowel de Eurocup Formula Renault 2.0 als de Formule Renault 2.0 NEC voor het team van R-ACE GP. In de Eurocup werd hij met twee podiumplaatsen vijfde in het kampioenschap, terwijl hij in de NEC een race won op het TT-Circuit Assen en met drie andere podiumplaatsen tiende werd. Dit ondanks dat hij slechts tijdens vijf van de acht raceweekenden in actie kwam. In 2013 bleef De Vries actief in de Formule Renault 2.0 in zowel de Eurocup als de Formule Renault 2.0 Alps. Hij wisselde wel opnieuw van team. De Vries stapte over naar Koiranen GP, en hoewel hij slechts drie van de zeven raceweekenden in het Alps-kampioenschap afwerkte, eindigde hij als achtste in het eindklassement met twee tweede plaatsen op Mugello. In de Eurocup won hij ondertussen twee races: één op de Hungaroring en één op het Circuit de Barcelona-Catalunya. In het eindklassement werd hij daarmee wederom vijfde.

De Vries bleef in 2014 voor Koiranen in dezelfde kampioenschappen rijden, maar dit keer domineerde hij. Hij schreef beide titels op zijn naam. In de Eurocup won hij vijf races, in de Alps kwam hij maar liefst negen keer als eerste over de streep. Het jaar hierop was het wederom tijd voor een stapje hogerop: De Formule Renault 3.5 Series. Hier reed hij in dienst van Dams. Met vijf podiumplaatsen en een overwinning op het Circuito Permanente de Jérez won werd De Vries uiteindelijk derde in het klassement achter Oliver Rowland en Matthieu Vaxivière. In 2016 was het tijd voor de welbekende GP3 Series: vandaag de dag beter bekend als de Formule 3.

Formule 3 en Formule 2

In de GP3 Series ging De Vries rijden voor ART Grand Prix. In Italië en Abu Dhabi schreef hij een overwinning op zijn naam, waarmee hij uiteindelijk op de zesde plaats eindigde in het klassement. Deze klasse verliet hij zonder kampioenschap, want in 2017 stoomde De Vries meteen door naar de Formule 2: dé opstapklasse naar de Formule 1. In zijn eerste jaar reed hij voor Rapax en legde hij in Monaco beslag op zijn eerste overwinning. Halverwege het seizoen stapte De Vries over naar het team van Racing Engineering. Uiteindelijk sloot hij zijn debuutseizoen af met een zevende plaats.

Voor het seizoen van 2018 stapte De Vries over naar Prema Racing. Het werd een relatief succesvol jaar met meerdere podiumplaatsen en drie overwinningen. Hij sloot het jaar als vierde af achter George Russell, Lando Norris en Alexander Albon. Hierdoor verloor hij naar eigen zeggen een Formule 1-zitje bij McLaren aan Norris. Volgens De Vries zou de coureur die dat seizoen de meeste punten scoorde, een kans krijgen in de koningsklasse. Norris maakte in 2019 vervolgens inderdaad zijn debuut. De Vries bleef hangen in de Formule 2 en stapte over naar ART Grand Prix, waar hij het stoeltje van de ook naar de Formule 1-vertrokken Russell overnam. De Vries besliste drie races voor het eind van het seizoen het kampioenschap in zijn voordeel en werd zodoende Formule 2-kampioen.

Het kampioenschap winnen in de Formule 2 betekent vaker wel dan niet dat je een ticket krijgt naar de Formule 1, maar die vlieger ging voor De Vries niet op. De opties waren beperkt, en de teams die wel een stoeltje vrij hadden zaten helaas voor hem niet te wachten op de diensten van De Vries. Zo waren er op papier mogelijkheden bij Red Bull Racing, Mercedes en Ferrari, maar hier is hij destijds nooit echt in beeld geweest. Het komt sowieso vrijwel nooit voor dat een coureur zijn Formule 1-debuut maakt bij een topteam. Zo werd Max Verstappen – die direct vanuit de Formule 3 overkwam – eerst ondergebracht bij Toro Rosso, moest Charles Leclerc het voor zijn Ferrari-debuut doen met een zitje bij Sauber en verreed Russell drie seizoenen in dienst van Williams voordat hij naar Mercedes verkaste.

Geen geluk in de Formule 1

Racing Point - inmiddels Aston Martin - was ook nooit een optie. Sergio Pérez lag daar destijds vast voor 2020, terwijl het andere stoeltje werd (en nog steeds wordt) bezet door Lance Stroll, de zoon van teameigenaar Lawrence Stroll. Die knikkert zijn zoon er natuurlijk niet zo maar uit. Toro Rosso – inmiddels AlphaTauri - behoorde ook niet tot de mogelijkheden. Met Pierre Gasly, Daniil Kvyat, Max Verstappen en Alexander Albon had men daar geen behoefte aan een nieuwe coureur. Daarnaast was teambaas Christian Horner niet erg onder de indruk van De vries: “Hoeveel seizoenen zit hij al in de Formule 2? Drie? Ja, dat speelt mee,” klonk het destijds.

Renault - inmiddels Alpine - dan? Daar lag Daniel Ricciardo tot en met 2020 vast, terwijl Esteban Ocon de vervanger werd van Nico Hülkenberg. Ook bij Williams maakte De Vries geen kans. Russell stond voor dit seizoen al vast, terwijl de noodlijdende grootmacht op zoek was naar een tweede coureur die een flinke zak geld mee bracht. Dat werd Nicholas Latifi, nota bene de coureur die op de tweede plaats achter De Vries eindigde in de Formule 2. Het team van Haas bedankte ook voor zijn diensten. De Amerikaanse renstal was op zoek naar een coureur met ervaring, omdat het team zelf nog maar net in de Formule 1 kwam kijken. Zij hielden daarom vast aan Romain Grosjean en Kevin Magnussen.

Zo bleef Alfa Romeo de enige overgebleven mogelijkheid. Naar verluidt zagen ze daar de komst van Nyck wel zitten, maar stond Ferrari – Alfa en Ferrari hebben sterke onderlinge banden – erop dat de Italiaanse Antonio Giovinazzi daar werd verlengd. Bij Ferrari hoopt men er namelijk op dat er in de toekomst ooit een coureur uit het thuisland achter het stuur kan worden gezet, al moge het inmiddels duidelijk zijn dat ze die in Giovinazzi niet gaan vinden. Op het moment dat de Vries kampioen werd in de Formule 2, waren er dus gewoon weinig mogelijkheden. Daarnaast werd De Vries pas in zijn derde jaar kampioen, waar de Formule 1-teams het liefst zien dat er in het eerste jaar meteen wordt gepiekt.

Noodgedwongen op een zijspoor

Een domper voor De Vries, maar hij liet zich de weg niet versperren. Naast een succesvol uitstapje met Racing Team Nederland in het World Endurance Championship, debuteerde De Vries aan het eind van 2019 als teamgenoot van Stoffel Vandoorne in de Formule E bij het gloednieuwe team van Mercedes-Benz EQ. De Duitse teamleiding temperde tijdens de presentatie van het tweetal verwachtingen: “Het seizoen 2019-2020 wordt een leerjaar. Je mag zeker niet verwachten dat we meteen alles zullen gaan winnen", klonk het. "Maar met deze twee coureurs beschikken we over sterke rijders die zich nog volop verder kunnen ontwikkelen." En dat laatste deed De Vries. Waar hij in zijn eerste jaar nog elfde werd met één podiumplaats, kroonde hij zichzelf in het seizoen van 2020/2021 tot eerste officiële wereldkampioen in de klasse.

Kennismaking met de koningsklasse

De Vries maakte ondertussen in 2020 zijn eerste meters in een Formule 1-auto, toen hij namens Mercedes de Young Driver Test in Abu Dhabi mocht verrijden in de W11. In 2021 combineerde hij de Formule E met de rol van reservecoureur voor het Formule 1-team van Mercedes, waarna hij eind 2021 opnieuw de Young Driver Test mocht verrijden. Beide keren maakte hij een goede indruk, wat hem in 2022 zijn officiële debuut in de koningsklasse opleverde. De Vries mocht in Barcelona de eerste vrije training verrijden namens Williams, in de bolide van Alexander Albon.

Geluk bij een ongeluk

Hierna raakte de Formule 1-droom van De Vries plots alsnog in een stroomversnelling. In Frankrijk mocht hij opnieuw een vrije training verrijden, maar dit keer in de Mercedes van zevenvoudig wereldkampioen Lewis Hamilton. Het raceweekend op Monza dit jaar werd echter zijn definitieve 'doorbraak.' Nadat hij op vrijdag al een vrije training namens Aston Martin had afgewerkt, werd hij vanaf zaterdag plotseling opgeroepen door Williams. Albon was in het ziekenhuis opgenomen met een blindedarmontsteking, waardoor De Vries de derde vrije training, kwalificatie en de Grand Prix zelf voor zijn rekening mocht nemen.

De Vries wist de Williams op de dertiende startplaats te parkeren, maar startte vanwege meerdere gridstraffen uiteindelijk vanaf P8. Op zondag sleepte hij de negende plaats uit het vuur, waarmee hij Williams twee belangrijke WK-punten opleverde. Sindsdien nam de speculatie over een stoeltje voor De Vries in 2023 enorm toe. Williams had direct interesse, maar na het vertrek van Pierre Gasly naar Alpine was er ook bij AlphaTauri een mogelijkheid. De Vries - die dit hele verhaal zonder manager door het leven ging - belde op advies van Max Verstappen zelf Red Bull topman-Helmut Marko op en wist hem ervan te overtuigen hem het stoeltje te geven. Uiteindelijk zette De Vries zijn handtekening onder een contract voor meerdere jaren, en zal hij in 2023 debuteren naast Yuki Tsunoda.

  Vacature: Online F1-redacteur (freelance, part- of fulltime)

Ontdek het op Google Play