Welcome to GPFans

CHOOSE YOUR COUNTRY

  • NL
  • GB
  • NL

Williams

Teamfoto Williams Racing

Williams; een weg met pieken en dalen

Frank Williams richtte in 1977 het huidige Williams F1-team op nadat zijn vorige team, Frank Williams Racing Cars, niet het succes had weten te behalen waar hij op gehoopt had. Ondanks de belofte van de nieuwe eigenaar, de Canadese miljonair Walter Wolf en het opnieuw in de markt zetten van het team als Wolf-Williams Racing in 1976, boden de wagens namelijk geen concurrentie.

Het eerste grote succes

Ruim twee jaar na de oprichting van het huidige team zorgde Clay Regazzoni voor de eerste overwinning op Silverstone. Het volgende jaar was Williams zeer succesvol; niet alleen werd het team voor de eerste keer constructeurskampioen, maar Alan Jones claimde ook nog eens de wereldtitel. De tweede Williams-wereldkampioen liet gelukkig niet lang op zich wachten. Slechts twee jaar later trad Keke Rosberg namelijk in de voetsporen van Jones. Williams besloot daarna de overstap te maken naar Honda-turbomotoren en het duurde een flinke tijd voordat deze het gewenste resultaat gaven. In 1986, toen de line-up uit Nelson Piquet en Nigel Mansell bestond, kwamen de Honda-motoren eindelijk tot hun recht. In 1986 won Williams het constructeurskampioenschap en leek Mansell zelfs op het wereldkampioenschap bij de coureurs af te stevenen. Helaas zorgde een klapband ervoor dat de prijs uiteindelijk naar Alain Prost ging. Een jaar later, in 1987, was Williams oppermachtig. De Britse renstal won niet alleen het constructeurskampioenschap, maar ook het coureurskampioenschap met Nelson Piquet.

Een goed vervolg

In 1988 verloor Williams de Honda-motoren aan McLaren en dat had een grote impact op de prestaties van het team. De Britse renstal moest namelijk genoegen nemen met de Judd-motoren, die allesbehalve optimaal werkte. Pas in 1989, toen het team de overstap maakte naar de Renault-motoren, begon het team van dit verlies te herstellen. Mansell keerde in 1991, na een kleine afwezigheid, terug bij het team het jaar daarop domineerde het team weer met de FW14B. Die auto was baanbrekend vanwege de actieve ophanging. Ondanks het feit dat Mansell al goed op gang was toen Alain Prost zich in 1993 bij het team voegde, had dit geen negatieve impact. Ze behielden met gemak de constructeurstitel en Prost eindigde het seizoen met het behalen van zijn vierde wereldtitel.

Tragisch ongeluk

In 1994 voegde drievoudig wereldkampioen Ayrton Senna zich bij het team, maar zijn tijd bij Williams bleek tragisch genoeg van erg korte duur. Senna kwam tijdens de derde race van het seizoen namelijk om het leven. Hij reed onder nog altijd raadselachtige omstandigheden met een snelheid van 300 km per uur tegen een betonnen muur aan op het circuit van Imola en overleed niet lang daarna. Na deze tragische gebeurtenis was het aan Damon Hill om het team te leiden.

In 1996 had het team een geweldige auto gebouwd in de vorm van de FW18. Met deze bolide won het team het constructeurskampioenschap en won Hill zijn eerste, en tevens enige, wereldkampioenschap. Hill werd namelijk, ondanks het feit dat hij de wereldtitel had gewonnen, op straat gezet en vervangen door de Duitse Heinz-Harald Frentzen. Een jaar later was het wederom een Williams-coureur die er met de titel vandoor ging, ditmaal was het de beurt aan Jacques Villeneuve. Vervolgens raakte Williams Renault kwijt als motorleverancier. Uiteindelijk vond Williams in 2000 een nieuwe partner in BMW. Deze motor zorgde weliswaar voor overwinningen, maar de titels bleven helaas uit. Vanaf 2005 heeft Williams moeite om te ontsnappen uit het middenveld.

Terug bij Renault

In 2012 keerde Renault terug als motorleverancier en dat legde Williams geen windeieren. Het team stond namelijk binnen de kortste keren weer op de bovenste trede van het podium. Pastor Maldonado had slechts vijf races nodig voor hij zijn eerste overwinning binnensleepte tijdens de Spaanse Grand Prix. Het huwelijk was echter van korte duur want eind 2013 werd Williams een klant van Mercedes, waardoor de wegen met Renault noodgedwongen moesten splitsen. Dit bleek een perfect getimede actie aangezien het krachtige merk Williams direct naar de derde plaats in het kampioenschap hielp.

De motor blijkt onvoldoende

Met behulp van een combinatie van uitstekende chassis, Mercedes-power en een Bottas-Massa line-up, werd het team in 2015 weer goed vormgegeven. De FW36 was dan ook regelmatig de enige uitdager voor het team van Mercedes. Hoewel overwinningen ongrijpbaar bleven, eindigde Williams als derde met acht podiumplaatsen in negentien races. In 2016 behaalde Williams weer de derde plaats in het kampioenschap. De hoogtepunten uit het jaar waren twee podiumplaatsen voor Valtteri Bottas en Felipe Massa. De FW37 bleek indrukwekkend op snelle circuits maar bleef steken op de langzamere banen.

Neerwaartse spiraal

Helaas bleek Williams in 2017 niet in staat om het ontwikkelingsritme van hun rivalen te evenaren, waardoor ze weggleden in de rangorde. Ze moesten genoegen nemen met een vijfde plaats in het constructeurskampioenschap achter Force India. Bottas scoorde de enige podiumplaats van het seizoen in Canada en Massa nam op emotionele wijze afscheid van het team en de sport, toen hij zich aan het eind van het seizoen terugtrok uit de F1. Het jaar erna keerde hij echter terug, omdat Bottas plots de overstap maakte naar Mercedes.

In 2018 werd Lance Stroll, de Canadese debutant, zijn teamgenoot. Paddy Lowe keerde daarna terug als Chief Technical Officer, maar dit was helaas al te laat om echt van invloed te zijn. De FW40 was slechts goed voor 83 punten, in tegenstelling tot de 138 punten van haar voorganger. Het enige top vijf-resultaat van het jaar was een onverwachte podiumplaats voor Stroll. Een jaar later was het echter nog vele malen beroerder gesteld met het team. Ondanks de inspanningen van coureurs Lance Stroll en Sergey Sirotkin eindigden ze als laatste.

Kan Williams weer terugkrabbelen?

Williams is een van de meest succesvolle teams van de Formule 1. Het is het derde meest succesvolle team in de geschiedenis van de sport, achter Ferrari en McLaren. Negen constructeurskampioenschappen, zeven wereldtitels voor coureurs, 114 overwinningen en talloze podiumplaatsen. Dat zijn de harde feiten. Hun gloriedagen zijn echter verdwenen. Hun laatste winst was de onverwachte overwinning van Pastor Maldonado in de Spaanse Grand Prix van 2012. Dat was hun eerste triomf in bijna acht jaar. Het was echter pas in 2015 dat een podiumplaats een echte uitdaging werd voor het team. In zowel 2015 als 2014 eindigden ze als derde in het constructeurskampioenschap. Williams versloeg daarmee met gemak Ferrari (2014) en Red Bull (2015). Twee matig succesvolle seizoenen in 2016 en 2017 brachten het team naar de vijfde plaats in het klassement. Na vier jaar van goede opleving is Williams nu de langzaamste auto op de baan.

2019

Het was voor liefhebbers van de sport ontzettend pijnlijk om deze achteruitgang te moeten zien. In 2019 besloot het team van Williams het over een andere boeg te gooien. Met de ervaren Robert Kubica aan de ene kant van de garage en hongerige rookie George Russell aan de andere kant van de garage, hoopte Williams het verschil te kunnen maken. Helaas bleven de resultaten ook in 2019 uit. Het team kwam nooit verder dan Q1 en reed vrijwel iedere Grand Prix achter de rest aan. George Russell liet, ondanks de tegenvallende resultaten, een goede indruk achter en werd behouden voor 2020. Robert Kubica besloot het team echter te verlaten.

2020; het overgangsjaar

2020 begon als een ontzettend lastig jaar voor het team uit Grove. Het team kampte al jaren met de nodige schulden, maar kwam door de coronacrisis in een waar dieptepunt terecht. Gelukkig besloot de vader van de kersverse Williams-coureur Nicholas Latifi om het team uit de brand te helpen. En de resultaten mochten er zeker zijn. Het team wist meerdere keren in Q2 te belanden, iets wat een jaar eerder nog onmogelijk werd geacht. Daarnaast was George Russell steeds vaker betrokken in kleine gevechtjes op het middenveld, wat zeer hoopgevend was.

Halverwege het seizoen werd plotseling bekendgemaakt dat de familie Williams het team verkocht had aan Dorilton Capital. Gezien de financiële situatie had de legendarische motorsport-familie geen andere keuze dan het team te verkopen aan de hoogste bieder. Wel beloofde de nieuwe eigenaars dat de naam, integriteit en legendarische geschiedenis van het merk behouden zouden blijven. Het team sloot het seizoen uiteindelijk wederom af op de laatste plek, maar met heel veel hoop voor de toekomst.

Nieuwe kansen in 2021?

Het team besloot George Russell en Nicholas Latifi te behouden en zodoende mogen beide coureurs ook dit seizoen weer instappen. Het team had in 2020 enorm veel progressie geboekt, maar het is nog maar de vraag of deze stijgende lijn ook in 2021 doorgezet kan worden.

Podiumplaats Russell

In 2021 ontdeed Williams zichzelf inderdaad van de titel 'lachertje van de klas.' De Britse formatie was niet altijd competitief, maar wist zich regelmatig te mengen in de strijd op het middenveld. Met name George Russell wist de snelheid van zijn wagen maximaal te benutten. De getalenteerde Brit wist zich regelmatig in Q2 of zelfs Q3 te plaatsen. In België leverde dat een podiumplaats op, nadat er alleen een aantal ronden achter de Safety Car werden verreden.