Welcome to GPFans

CHOOSE YOUR COUNTRY

  • NL
  • GB
  • FR
  • ES-MX
  • NL
Kan Verstappen prestaties van Fangio, Vettel, Hamilton en Schumacher evenaren?

Kan Verstappen prestaties van Fangio, Vettel, Hamilton en Schumacher evenaren?

Kan Verstappen prestaties van Fangio, Vettel, Hamilton en Schumacher evenaren?

Kan Verstappen prestaties van Fangio, Vettel, Hamilton en Schumacher evenaren?

Max Verstappen is na een dominant seizoen in 2022 nu twee jaar achter elkaar wereldkampioen geworden. Hij is daarmee de elfde coureur die dit voor elkaar krijgt, terwijl het de dertiende keer in de geschiedenis is dat het is voorgekomen. Hoe verliep het jaar/de jaren na het tweede kampioenschap op rij voor die tien andere coureurs?

Michael Schumacher en Lewis Hamilton kunnen als enige zeggen dat ze het twee keer voor elkaar kregen om twee keer achter elkaar wereldkampioen te worden. Verstappen heeft zich sinds dit seizoen bij een lijstje gevoegd waar ook Lewis Hamilton, Ayrton Senna, Alain Prost Sebastian Vettel en Fernando Alonso in staan. In de geschiedenis is echter wel gebleken hoe lastig het is om na twee kampioenschappen op rij een derde kampioenschap te veroveren.

OOK INTERESSANT: Verstappen zag twee oorzaken voor succes Red Bull: "Efficiënte auto met topsnelheid"

Alberto Ascari (1952 en 1953)

De eerste coureur die het in de Formule 1 voor elkaar kreeg om twee keer achter elkaar wereldkampioen te worden, was de Italiaan Alberto Ascari. In 1952 en 1953 won hij namens Ferrari het kampioenschap. Het zouden echter ook de enige twee kampioenschappen zijn die Ascari zou winnen, want in 1954 ging de titel naar een andere coureur en werd Ascari met vooral veel uitvalbeurten 25ste. Daarna zou Ascari geen wereldkampioen meer worden in de Formule 1 en bleef hij steken op twee titels.

Juan Manuel Fangio (1954 en 1955)

Tijdens dat seizoen, 1954, zou een andere coureur opstaan die in 1953 al tweede werd achter Ascari en in 1951 al wereldkampioen was geworden: Juan Manuel Fangio. De Argentijn won in 1954 en 1955 de titel en werd zo de opvolger van Ascari. Hij deed dit in een Mercedes. In tegenstelling tot Ascari zou Fangio ook in 1956 en 1957 wereldkampioen worden. Vier jaar achter elkaar dus. De Formule 1 kreeg in 1958 pas weer een andere wereldkampioen. Fangio zou in 1958 veertiende worden en maar twee keer punten scoren. Fangio zou op vijf wereldkampioenschappen blijven staan.

Jack Brabham (1959 en 1960)

Vervolgens was er in 1959 Jack Brabham, die in een Cooper (met een motor van Climax) wereldkampioen werd. Hij deed dit in 1960 nog eens een keer dunnetjes over, maar daarna was het net zoals bij Ascari na twee keer achter elkaar wereldkampioen te zijn geworden afgelopen. Brabham werd in 1961 elfde en scoorde maar twee keer punten. Het zou voor de Australiër niet bij twee titels blijven, want in 1966 zou hij nog een derde keer wereldkampioen worden met zijn eigen team Brabham (Repco als leverancier).

Alain Prost (1985 en 1986)

Nadat de eerste tien jaar in de Formule 1 voornamelijk door drie coureurs werd gedomineerd, bleef het daarna bijna dertig jaar daarna rustig qua coureurs die twee titels op rij wonnen. In 1985 en 1986 gebeurde het pas weer, wat betekent dat er dus 25 jaar lang elk seizoen een nieuwe wereldkampioen was. In 1985 werd de Fransman Prost wereldkampioen, net zoals in 1986 (beide met McLaren). Daarmee doorbrak hij de trend. Daar zou de reeks van de Fransman ook ten einde komen, want in 1987 werd hij achter wereldkampioen Nelson Piquet zelfs vierde. Prost werd wel nog een derde en vierde keer wereldkampioen, in 1989 en 1993.

Ayrton Senna (1990 en 1991)

In 1990 en 1991 werd Ayrton Senna achter elkaar wereldkampioen in een McLaren (Honda als leverancier) en doorbrak hij die trend. Het was zijn tweede en derde wereldkampioenschap, aangezien hij in 1988 ook al wereldkampioen werd. Voor Senna zou 1991 echter het laatste seizoen zijn dat hij wereldkampioen werd. In 1992 en 1993 moest hij zijn meerdere erkennen in andere coureurs, terwijl de Braziliaan in 1994 tijdens de San Marino Grand Prix op tragische wijze om het leven kwam. Hij zou nooit meer een kans krijgen om zijn vierde titel te veroveren.

Michael Schumacher (1994 en 1995)

Tijdens het seizoen waarin Senna om het leven kwam was het Schumacher die, voor het eerst in zijn carrière, wereldkampioen werd. Dit deed hij toen namens Benneton (Renault als leverancier). De Duitser deed dit in 1995 weer, maar moest daarna vier seizoenen wachten totdat hij in 2000 weer wereldkampioen werd. Er zou, naast kampioenschappen van Jacques Villeneuve (1997) en Damon Hill (1996) namelijk nog een Fin tussendoor komen die de dominantie van Schumacher kon doorbreken.

Mika Häkkinen (1998 en 1999)

Mika Häkkinen was zijn naam. De Fin won in 1998 en 1999 zijn eerste en enige twee wereldkampioenschappen. Dit deed hij net zoals Senna tien jaar eerder in een McLaren (Mercedes als leverancier). In het jaar 2000 moest hij als tweevoudig wereldkampioen echter zijn meerdere weer erkennen in Schumacher. Het zou voor Häkkinen vervolgens bij twee wereldtitels blijven.

Michael Schumacher (2000 en 2001)

Hoe anders was dit voor Schumacher, die in 2000 en 2001 namens Ferrari gewoon doorging waar hij vier jaar eerder gebleven was: winnen. Hij werd in beide seizoenen wereldkampioen. Het bleek het begin van dominantie te zijn die nog nooit eerder was vertoond, want in 2002, 2003 en 2004 zou Schumacher ook wereldkampioen worden. Daarmee ging hij over de vier titels achter elkaar van Fangio heen en werd hij de meest dominante coureur die de Formule 1 tijdens meerdere seizoenen achter elkaar ooit gezien heeft. In 2004, toen Schumacher derde werd in het kampioenschap, was er echter een Spanjaard zijn dominante doorbrak. Voor Schumacher zou het blijven bij zeven wereldtitels.

Fernando Alonso (2005 en 2006)

Fernando Alonso besloot in 2005 dat Schumacher genoeg had gedomineerd. De Spanjaard won met Renault zijn eerste en enige twee kampioenschappen in de Formule 1 tijdens de seizoenen 2005 en 2006. In 2007 werd hij echter verslagen door Kimi Raikkonen. Alonso werd derde dat seizoen, achter Lewis Hamilton. Een naam die de jaren die zouden volgen nog vaak genoemd zou worden. Voor Alonso bleef het dus bij twee titels.

Sebastian Vettel (2010 en 2011)

Toch was het vier jaar laten eerst nog de beurt aan iemand anders om meerdere kampioenschappen achter elkaar te veroveren: Sebastian Vettel. De Duitser maakte de overstap van Toro Rosso naar Red Bull en zou in 2010 en 2011 wereldkampioen worden. Vervolgens deed hij dit in 2012 en 2013 nog een keer over, waardoor hij op vier titels achter elkaar kwam. Het record van Schumacher bleef intact door de kampioenschappen van Hamilton die zouden volgen, maar net zoals Fangio won Vettel vier titels op rij. Hier zou het voor Vettel ook bij blijven. In 2014 werd Vettel vijfde.

Lewis Hamilton (2014 en 2015)

Toen was daar Hamilton. Zijn eerste kampioenschap was in 2008 al daar namens McLaren (Mercedes als leverancier). In 2014 en 2015 zou Hamilton weer wereldkampioen worden, waardoor zijn totaal op drie kwam. Het was het begin van de dominantie van Mercedes. Daar waar de reeks legendarisch had kunnen zijn (zeven titels op rij), was het Nico Rosberg die in 2016 het feestje van Hamilton zou verstoren. Daarna ging Hamilton echter vrolijk door.

Lewis Hamilton (2017 en 2018)

In 2017 en 2018 werd hij, wederom namens Mercedes, weer twee keer achter elkaar op dominante wijze wereldkampioen. Daar bleef het echter niet bij, want in 2019 en 2020 werd hij ook wereldkampioen. Net zoals Schumacher staat de Brit daardoor nu op zeven titels. Zijn achtste is nog steeds een mogelijkheid, maar in 2021 werd zijn reeks aan titels verstoord door de huidige tweevoudig wereldkampioen: Verstappen. Daardoor kon Hamilton ook niet Schumacher evenaren door zijn vijfde titel op rij te veroveren. Net zoals Vettel en Fangio moet de Brit genoegen nemen met vier titels op rij.

Max Verstappen (2021 en 2022)

Voor Verstappen is vier titels op rij nog steeds mogelijk. In 2021 werd hij op bizarre wijze wereldkampioen door Hamilton in Abu Dhabi te verslaan. In 2022 werd hij weer wereldkampioen namens Red Bull, dit keer op dominante wijze. Verstappen heeft nog een lange weg te gaan om Fangio, Hamilton en Vettel te evenaren en vier titels op rij te winnen. Schumacher staat voorlopig nog steeds bovenaan met zijn vijf titels op rij tussen 2000 en 2004. Verstappen is wat dat betreft nog niet halverwege en heeft, op Fangio, Hamilton, Schumacher en Vettel na, genoeg voorbeelden gezien van coureurs die twee keer achter elkaar kampioen werden en daarna jaren moesten wachten op hun derde titel of nooit meer kampioen werden.

Hoeveel titels gaat Verstappen achter elkaar winnen?

1.078 stemmen

  Vacature: Online F1-redacteur (freelance, part- of fulltime)

Ontdek het op Google Play