Mercedes-teambaas Toto Wolff geeft toe dat de inflatie in combinatie met de budgetcap de ontwikkeling van de W13 in de weg kan staan. De Oostenrijker moet noodgedwongen personeel laten gaan of toewijzen aan projecten buiten de Formule 1 om.
Geld speelt binnen de Formule 1 natuurlijk een enorm belangrijke rol. In het Verenigd Koninkrijk zijn de meeste teams gevestigd en het land ervaart een inflatie van 5,5 procent en dat voelen de teams. Mercedes heeft dan ook enorm veel moeite om binnen de 140 miljoen dollar te blijven, het maximale bedrag wat de teams dit jaar mogen uitgeven.
Extreem pijnlijk
In gesprek met verschillende media geeft de Oostenrijkse teambaas aan: "Het was heel, heel moeilijk om het bedrijf en de organisatie op de juiste manier te structureren om het kostenplafond van 140 miljoen dollar te halen." Daarnaast helpt de huidige inflatie in het land ook niet mee: "Ook met de hoge inflatie gaat de budgetcap met vijf miljoen dollar omlaag, maar hebben we ook een situatie waarin we de kosten en de loonlijst niet kunnen verhogen. Dus dat is extreem pijnlijk."
'Totaal andere manier van werken'
De budgetcap is er zodat teams die over een minder grote portomonnee beschikken ook kunnen aanhaken bij de top. "Vandaag de dag moet je beslissen welk project het meeste zal opleveren en er dan aan beginnen. Het is een totaal andere manier van werken voor de grotere teams", legt Wolff uit. Toch zal Mercedes eraan moeten wennen, de Formule 1 is niet van plan om de budgetcap op korte termijn te laten verdwijnen.











