De FIA heeft een nieuw conceptvoorstel op tafel gelegd voor de toekomstige motorreglementen in de Formule 1. De zes betrokken motorfabrikanten hebben het document ontvangen, waarin het bestuursorgaan laat blijken in 2030 of 2031 te willen overstappen op eenvoudigere en goedkopere V8-turbohybride-power units, zo meldt de doorgaans betrouwbare BBC. Nadat er dit seizoen stevige kritiek klonk op hoe complex de huidige generatie motoren is, vormt dit voorstel het startpunt voor verdere onderhandelingen.
Voordat het zover kwam, vonden er eerst een reeks individuele gesprekken plaats tussen de internationale autosportbond en de motorleveranciers. Mercedes, Ferrari, Audi, Honda en Red Bull Ford leveren op dit moment krachtbronnen aan de Formule 1-teams, en nieuwkomer Cadillac heeft plannen om onder de nieuwe reglementen een eigen motor te ontwikkelen via moederbedrijf General Motors. Voor alle fabrikanten is de fundamentele architectuur van het plan in de basis acceptabel, maar de exacte details moeten de komende weken nog wel verder worden uitgewerkt. Het doel is om de plannen in december voor te leggen aan de World Motor Sport Council voor goedkeuring.
Specificaties V8-turbohybride en halvering budgetplafond
Er werd eerder nog gesproken over een terugkeer naar atmosferische motoren zonder turbo, maar van dat idee zou de FIA met het nieuwe plan definitief afstappen. In plaats daarvan ligt er nu een blauwdruk klaar voor een V8-verbrandingsmotor met een cilinderinhoud tussen de 2,0 en 2,3 liter. Deze zal blijven draaien op volledig duurzame brandstoffen. Het totale vermogen zal uitkomen op zo'n 900pk, waarvan het grootste gedeelte door de verbrandingsmotor geleverd gaat worden. Wat betreft de elektrische terugwinningscapaciteit gaan we naar verluidt omlaag van de huidige 350 naar 200 kilowatt. De coureurs krijgen daarbij de beschikking over 100kW, omgerekend 134pk, aan permanent elektrisch vermogen, met daarnaast nog eens 100kW extra via een push-to-pass-modus.
Het moet niet alleen technisch een stuk eenvoudiger worden, maar de nieuwe regelgeving moet ook zorgen voor lichtere en wendbaardere bolides. Het doel is namelijk om het gewicht van de auto's met 80 kilogram naar beneden te brengen. Daarnaast wil de FIA op financieel gebied flink ingrijpen. Zo wordt er in het document naar verluidt voorgesteld om het huidige budgetplafond voor motoren, dat nu op 190 miljoen dollar (170 miljoen euro) per jaar ligt, te halveren. Hoe de power unit gebouwd gaat worden, zou via twee routes kunnen die nu op tafel liggen: een doorontwikkeling waarbij er twee cilinders worden toegevoegd aan de huidige blokken van 1,6 liter om zo op een V8 van 2,1 liter uit te komen, of een gestandaardiseerde basismotor van een externe leverancier. Die laatste optie ligt echter gevoelig. Volgens betrokkenen willen de fabrikanten namelijk hun eigen motoren blijven ontwerpen en bouwen.

Kritiek van Verstappen en Alonso op huidige krachtbronnen
Dat men het motorreglement op de schop wil nemen, heeft alles te maken met de onvrede over de huidige 1,6-liter V6-turbohybrides. Door de complexe werking en de enorme nadruk op elektrisch energiebeheer, is de uitdaging tijdens het rijden in veel snelle bochten afgenomen. Onder andere Max Verstappen en Fernando Alonso lieten zich eerder dit seizoen al kritisch uit over de nieuwe generatie krachtbronnen. De Red Bull-coureur noemde het rijden met de huidige bolides destijds "Formule E op steroïden" en bestempelde de reglementen als "anti-racing".
Ook vanuit het kamp van Aston Martin klonk er stevige kritiek op het feit dat de batterij continu opgeladen moet worden. Alonso luidde eerder al de noodklok over de doorgeslagen technologie en noemde de koningsklasse gekscherend het "batterijwereldkampioenschap". Snelle bochten dienden volgens de tweevoudig wereldkampioen alleen nog maar als "het laadstation voor de auto". Beide coureurs hebben hun kritiek later in het seizoen wat afgezwakt, maar toch wil de FIA nog vóór de introductie van de V8 al ingrijpen. Op dit moment is de vermogensverdeling tussen de verbrandingsmotor en het elektrische gedeelte ongeveer fiftyfifty, maar in het voorstel staat het plan om dit uiterlijk in 2028 in twee stappen aan te passen naar een verhouding van 60 om 40 procent

