In de ideale Formule 1-wereld van Max Verstappen zou data een veel minder grote rol moeten spelen. De viervoudig wereldkampioen legt in The Moment That Matters Most uit dat hij veel meer van het ouderwetse racen is, waarbij de stuurmanskunsten uiteindelijk moeten bepalen hoe hoog je op de tijdenlijst staat.
In de hedendaagse Formule 1 speelt data een enorm belangrijke rol. Daarnaast zijn er allerlei coaches die een coureur helpen op de baan, zodat iedere tiende van een seconde eruit kan worden geperst. Een rijstijl kan daarin soms botsen met de ideale lijn die een coureur in de simulator moet volgen, in plaats van op zijn instinct te vertrouwen. Volgens Verstappen is dat eigenlijk de verkeerde aanpak, maar tegenwoordig is het ook niet echt meer tegen te houden.
Data VS coureur
"Je hebt nu de onboards, de data om te bekijken, GPS. Ik ben van de old school en zou willen dat het er allemaal niet was. Je hebt gewoon een voordeel als je van nature al iets beter weet wat je moet doen. Maar het is er nu eenmaal voor iedereen. Dus het coachen is ook belangrijk geworden om die laatste beetjes te vinden", legt de Nederlander uit. Daarbij vindt hij die verschillen juist leuk: "Je rijstijl. Iedereen rijdt een beetje anders en dat maakt het ook leuk om naar te kijken. Als het allemaal hetzelfde zou zijn, dan wordt het vrij saai."
Laurent Mekies vult Verstappen aan en stelt dat data en de belangrijkste sensor in de wagen, de coureur, eigenlijk hand in hand gaan in plaats van tegenover elkaar te staan: "Deze gasten beïnvloeden de meeste data die we zien. Dat bedoel ik op de manier waarop ze rijden, bewust of onbewust, rondom de limieten van de wagen. Ze veranderen de data die we zien. Dus je kunt de data en de input van de coureurs niet van elkaar scheiden. (...) Als je het ene als goed beschouwt en het andere als verkeerd, is dat het begin van het einde."

