Circuit Zandvoort hoeft bij de organisatie van de Dutch Grand Prix niet te hopen op financiële steun vanuit de overheid. Circuitdirecteur Robert van Overdijk staat daar nog altijd van te kijken en heeft geen idee waar dat besluit destijds vandaan kwam.
De Formule 1 zal op 3 mei aanstaande voor het eerst sinds 1985 terugkeren naar Nederland. Op die dag wordt namelijk de Dutch Grand Prix verreden op Circuit Zandvoort. Het in de badplaats gelegen stukje asfalt moet echter eerst flink op de schop genomen worden, voordat het klaar is om een race uit de koningsklasse te huisvesten. Daarnaast moeten tal van faciliteiten uit de grond gestampt worden en moet de infrastructuur tot in de puntjes worden geregeld. Al die werkzaamheden gaan gepaard met een flink prijskaartje.
In tegenstelling tot veel Formule 1-races in het buitenland, hoeft de Dutch GP echter niet op financiële steun vanuit de overheid te rekenen. Een besluit dat bij circuitdirecteur Robert van Overdijk nog altijd voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt: "Premier Rutte zei dat we maar zo stoer moesten zijn om het zelf te regelen met het bedrijfsleven," zo vertelt hij tegenover De Telegraaf. "Toen hebben we onszelf wel even achter onze oren moeten krabben." Naar de reden blijft het gissen: "Je hoort voorbijkomen dat de autosport niet groen is en geen breedtesport is, maar ook dat een Grand Prix bijvoorbeeld geen eindtoernooi is."
Daar staat echter tegenover dat de Formule 1 momenteel wereldwijd een van de best bekeken sporten is: "Maar we moeten het ermee doen. Het resultaat is een race die zonder overheidssteun door vijf hoofdsponsoren gedragen wordt." Iets dat volgens Van Overdijk uniek is: "Vrijwel overal nemen overheden de verliezen van een Grand Prix voor hun rekening," legt hij uit. "De Grand Prix van België kan bijvoorbeeld bestaan omdat de Waalse overheid zestien miljoen euro in het potje stopt."

