Max Verstappen heeft openhartig teruggeblikt op de grote verschillen tussen zijn 18-jarige zelf als Formule 1-coureur en de rijder die hij vandaag de dag is. De viervoudig wereldkampioen legt uit dat blinde snelheidsdrang door de jaren heen heeft plaatsgemaakt voor geduld, risicobeheer en het beter verdelen van zijn energie gedurende het seizoen.
Waar de coureur van Red Bull Racing aan het begin van zijn loopbaan in elke sessie direct het maximale van zijn wagen eiste, vliegt hij een raceweekend tegenwoordig een stuk berekender aan. Met een zandloper voor zich op tafel blikt de Nederlander in The Moment That Matters Most terug op de manier waarop zijn opgedane ervaring zijn kijk op het racen heeft veranderd. "Ouder worden maakt je wat geduldiger, daarom is het goed om dit ding voor me te hebben", zo begint Verstappen lachend. "Toen ik achttien was, wilde ik elke keer gewoon snel rijden, al in de eerste en tweede vrije training. Het maakte niet uit. Nu begrijp ik een stuk beter wanneer je moet pushen.".
Kwalificatie en start
Dat gegroeide besef komt volgens de Red Bull-coureur duidelijk naar voren tijdens de kwalificaties en bij de start van een Grand Prix. Hoewel de drang om het uiterste uit een snelle ronde te persen altijd aanwezig blijft, weegt hij de gevolgen van een harde crash inmiddels een stuk zwaarder mee. "Je wilt altijd het beste uit de kwalificatie halen, maar je wilt niet op 105 procent rijden, de auto laten crashen en verder naar achteren starten", legt hij uit. "Het is beter om misschien één positie te verliezen door je ronde niet volledig te optimaliseren. Soms heb je bij de start natuurlijk ook de kans om veel te winnen, maar je kunt daar op hetzelfde moment net zo goed heel veel verliezen.".
Stuk kalmer
Volgens de 29-jarige Limburger draait een succesvol seizoen niet om het forceren van dagsucces op momenten dat de auto daar niet toe in staat is, maar om het inschatten van de bredere situatie op de grid. "Het gaat erom dat je het risicomanagement begrijpt dat je gedurende een heel seizoen moet toepassen. Het hangt een beetje af van waar je op de grid staat, maar met ervaring kun je dat beter inschatten", vervolgt Verstappen. "Je blijft altijd leren en wordt steeds beter en meer allround", zo verklaart hij. "Maar als ik mezelf vergelijk met toen ik achttien was, ben je nu waarschijnlijk een stuk kalmer. Je moet over het algemeen ook je energie sparen, anders brand je misschien te vroeg op. Het is een lang seizoen.".
Mindere weekenden
Die rust helpt hem eveneens op circuits die hem of zijn bolide van nature minder goed liggen. Van echte off-days is volgens de ervaren coureur geen sprake, maar het verschil tussen een topcoureur en een debutant zit hem juist in het maximaliseren van het resultaat wanneer de snelheid niet vanzelf komt. "Ik heb niet het gevoel dat ik off-days heb, maar er zijn natuurlijk weekenden waarin je van nature net iets sneller bent dan op andere momenten, bijvoorbeeld omdat een circuit je beter ligt. Dat is heel normaal, maar juist op je slechtste weekend moet je proberen om het maximale uit de prestatie te halen", aldus Verstappen.

