Max Verstappen stelt dat de aanhoudende kritiek op het gebrek aan inhaalacties tijdens de Grand Prix van Monaco allesbehalve nieuw is. De coureur van Red Bull Racing is van mening dat de klachten tegenwoordig simpelweg veel zichtbaarder zijn door de opkomst van het internet.
De discussie over de amusementswaarde van het stratencircuit laait ook dit jaar weer op, ondanks de introductie van compactere en lichtere auto's in de huidige koningsklasse. Voor Verstappen en zijn team vormt de race een extra grote uitdaging, aangezien de nieuwe RB22 dit seizoen aanzienlijke moeite heeft met de juiste afstelling en stabiliteit. De kopman van Red Bull kent een moeizame start van het kampioenschap in 2026 en staat momenteel zevende in de tussenstand met 43 punten.
Sociale media als uitlaatklep
In Monaco gaat Verstappen in op de verhalen. "Ik denk dat het altijd hetzelfde is geweest", reageert hij - geciteerd door Motorsport.com - nuchter op de vraag over de aanhoudende kritiek. "Alleen had je vijftien jaar geleden geen sociale media. Nu kan iedereen met een telefoon of laptop online klagen. Vroeger konden mensen hun frustratie alleen thuis of bij een familielid kwijt", aldus de Red Bull-coureur. Volgens hem is de perceptie van de sport door de digitale mogelijkheden fundamenteel veranderd. "Waar mensen vroeger thuis zaten te schreeuwen, schrijven er nu gewoon meer mensen over", voegt hij daaraan toe.
Eerste herinnering
Ondanks alle kritiek blijft Monaco gelden als een van de meest veeleisende circuits op de kalender voor coureurs. Dat ondervond Verstappen zelf ook tijdens zijn debuutjaren in de koningsklasse, waarin hij meermaals de limieten van de vangrails opzocht. Gevraagd naar zijn vroegste herinneringen aan het krappe stratencircuit, reageert hij met de nodige zelfspot. "Mijn eerste herinnering is waarschijnlijk dat ik met de voorkant van de auto tegen de vangrail knalde. Dat is niet echt een geweldige herinnering!", besluit hij lachend.

