Laurent Mekies heeft gereageerd op de geruchten dat Red Bull Powertrains in de nabije toekomst motoren gaat leveren aan Aston Martin. De CEO van de motorafdeling laat weten dat er momenteel geen serieuze gesprekken plaatsvinden met andere renstallen en benadrukt dat de fabrikant nog niet klaar is voor een extra klantenteam.
Na een ontwikkelingstraject van vijf jaar, dat destijds werd opgestart onder voormalig CEO Christian Horner en wijlen eigenaar Dietrich Mateschitz, fungeert Red Bull Powertrains sinds dit jaar als volwaardige motorfabrikant op de Formule 1-grid. Momenteel voorziet de afdeling alleen het eigen fabrieksteam Red Bull Racing en zusterteam Racing Bulls van krachtbronnen. De verbrandingsmotor uit Milton Keynes is binnen het ADUO-systeem van de FIA echter beoordeeld als de best presterende van alle vijf de fabrikanten, en dat heeft de aandacht getrokken van de concurrentie.
Geen serieuze gesprekken
Die sterke prestaties op de baan hebben de geruchtenmolen over een mogelijke uitbreiding op gang gebracht, maar tegenover PlanetF1 trapt Mekies op de rem. "We hebben veel ongewenste positieve publiciteit gekregen over de prestaties van onze motor, en dat ging zeker gepaard met belangstelling van heel wat teams", zo vertelt de topman. "Zijn we in serieuze gesprekken met iemand om een ander team te leveren? Nee, we voelen ons daar nog niet klaar voor." Hoewel de Fransman een uitbreiding op de lange termijn niet helemaal uitsluit, ligt de focus voorlopig volledig op de eigen fabriek. "Staat het in steen gebeiteld voor de komende vijf jaar? Nee, want ik weet niet wat er de komende vijf jaar gaat gebeuren. Maar zeker, voor ons is er genoeg werk aan de winkel om de krachtbron te verbeteren, de integratie ervan in de auto te verbeteren en het niveau van de beste concurrenten te bereiken voordat we overwegen nog één team te kunnen leveren naast Racing Bulls. Er verandert dus het komende jaar of zo niets."
Zorgen bij Aston Martin
De speculaties over een eventuele overstap komen voort uit de lastige situatie bij Aston Martin, waar Adrian Newey de rol van teambaas en managing technical partner vervult. De Britse renstal is dit seizoen de exclusieve partner van Honda, maar de Japanse krachtbron heeft te maken met een relatief gebrek aan concurrentiekracht en vormt daarmee de kritieke zwakte van de AMR26. Waar Mercedes dit jaar acht wagens van motoren voorziet en Ferrari naast het eigen team ook levert aan Haas en Cadillac, hebben Honda en Audi elk slechts twee bolides op de grid. Volgens anonieme bronnen kijkt teameigenaar Lawrence Stroll achter de schermen inmiddels naar alternatieven voor het huidige contract en heeft hij daarbij ook al contact gezocht met Red Bull Powertrains. Theoretisch gezien zou het seizoen 2028 pas het vroegste moment zijn voor een eventuele motorwissel, terwijl er in 2030 weer een nieuwe reglementencyclus van start gaat.
Mike Krack, chief trackside officer bij Aston Martin, ontkent de geruchten over een mogelijke overstap niet expliciet, maar spreekt wel zijn steun uit voor de huidige motorleverancier: "Ik kan alleen zeggen dat we een partner hebben, een langetermijnpartner, namelijk Honda, die overigens dit weekend zijn 500ste race heeft gereden, en ik denk dat we ook samen zullen zijn wanneer we onze eerste race samen winnen."
Voordeel van fabrieksteam
Als Aston Martin in de toekomst daadwerkelijk besluit om over te stappen naar een externe leverancier, verliest het team wel de voordelen van de fabrieksstatus. Technisch directeur Pierre Waché van Red Bull legt uit waarom die directe samenwerking tussen de verschillende afdelingen zo cruciaal is. "Het belangrijkste aspect is dat we over compromissen kunnen praten", aldus Waché. "Als je dat doet, hebben we dat. Het compromis tussen chassis en motor wordt meegenomen; als ze niet samen zijn, is het compromis al gekozen - dat is het belangrijkste aspect."

