Maleisië kijkt serieus naar de mogelijkheid om de Formule 1 in de toekomst eens in de paar jaar samen met een ander land te organiseren. Dat heeft minister van Jeugd en Sport Taufiq Johari donderdag bekendgemaakt in de Dewan Rakyat, het Maleisische parlement.
De minister deed zijn uitspraken naar aanleiding van vragen van parlementslid Syahredzan Johan, die informeerde naar een mogelijke permanente terugkeer van de koningsklasse op het Sepang International Circuit. Momenteel buigt een speciale commissie, bestaande uit verschillende ministeries en de secretaris-generaal van de overheid, zich over het kostenplaatje en de economische opbrengsten van een Grand Prix. Dat evaluatierapport moet vóór november op tafel liggen, waarna het kabinet van Maleisië een definitieve knoop doorhakt over een eventuele terugkeer op de kalender. Ondertussen heeft premier Anwar Ibrahim al verkennende gesprekken gevoerd met F1-baas Stefano Domenicali en het management van de sport om de opties te bespreken.
Gedeelde organisatie
Het binnenhalen van een Formule 1-race gaat volgens Johari gepaard met flinke kosten. De regering wil dan ook goed onderzoeken of de enorme publieke belangstelling van dit jaar ook bij een jaarlijkse editie kan worden vastgehouden, waardoor een roulatiesysteem nu serieus wordt overwogen. "Er is ook een voorstel om de race eens in de paar jaar te organiseren in samenwerking met een ander land. Dit staat nog in een vroeg stadium en we moeten de haalbaarheid ervan beoordelen", zo legt Johari uit in de Dewan Rakyat, geciteerd door Free Malaysia Today.
Daarbij stelt de bewindsman wel een harde voorwaarde: een terugkeer van de Formule 1 mag op geen enkele manier ten koste gaan van de financiële steun aan lokale sporters en de verdere ontwikkeling van andere sporttakken in het land. In augustus 2025 liet toenmalig minister Hannah Yeoh al weten dat de jaarlijkse organisatiekosten voor een Grand Prix op zo'n 300 miljoen ringgit worden geschat, waarbij ze aangaf dat het land wel oren heeft naar een privaat gefinancierd voorstel. Daarnaast temperde Ibrahim de verwachtingen door te waarschuwen dat een plek op het programma tijd gaat kosten, gezien de overvolle F1-kalender en de lopende contracten met andere gastlanden.
Succes op Sepang
Het hernieuwde enthousiasme vanuit de Maleisische politiek is het directe gevolg van de succesvolle Gulf Air Bahrain Grand Prix, die eerder deze maand werd afgewerkt op Sepang. Die wedstrijd stond eigenlijk voor 12 april op de rol in Bahrein, maar moest door het conflict in West-Azië uitwijken naar Maleisië. Nadat de Formule 1 en de FIA deze verplaatsing eind juli officieel maakten, vormde de race op Sepang een triple-header tussen de Grands Prix in Azerbeidzjan en het op 320 kilometer afstand gelegen Singapore. Daarmee keerde het F1-circus voor het eerst terug op het Maleisische asfalt sinds de officiële Grand Prix van Maleisië na 2017 van de kalender verdween vanwege de oplopende kosten en een dalende kaartverkoop. Hoewel de organisatie en de financiering dit keer in handen waren van Bahrein, dat ook de inkomsten uit de kaartverkoop incasseerde, leverde het ingelaste raceweekend Maleisië fraaie bezoekerscijfers op. Verspreid over drie dagen passeerden maar liefst 261.000 fans de poorten van het circuit, met 103.000 toeschouwers op de zondag. In totaal gingen er ruim 97.000 kaarten over de toonbank en volgens schattingen van de Maleisische overheid heeft het evenement voor bijna 950 miljoen ringgit, omgerekend een dikke 200 miljoen euro, aan economische activiteit gezorgd.

