Daniel Ricciardo kondigde afgelopen zomer aan te zullen vertrekken bij Red Bull Racing. De Australiër koos voor een dienstverband bij Renault, en volgens velen deed hij dit omdat hij bang was de interne strijd met Max Verstappen te verliezen. De coureur uit Perth ontkent nu dat dit de reden was.
Direct nadat Ricciardo had aangekondigd te vertrekken bij Red Bull Racing, werd de waarom-vraag gesteld. Het leek immers niet logisch om een topteam in te ruilen voor een formatie uit de subtop. De Australiër liet al vrij snel weten dat hij toe was aan een nieuwe uitdaging en dat hij Renault wilde helpen hun langetermijndoelstelling te verwezelijken: wereldkampioen worden. Niet iedereen geloofde dit verhaal en er werd dan ook dikwijls geroepen dat Ricciardo was vertrokken omdat hij bang was om het onderspit te delven tegen Verstappen. Red Bull-teambaas Christian Horner was eenzelfde mening toegedaan. "Mijn aanname is dat hij weg is gelopen voor een gevecht", zo zei hij tegen The Telegraph.
In gesprek met het Australische EFTM weerspreekt Ricciardo deze verhalen. "Allereerst wil ik benadrukken dat hij (Horner) volgens mij niet de enige persoon is met deze mening", zo steekt de 29-jarige coureur van wal. "Ik merk dat mensen dat sowieso graag willen denken of zeggen. Iedereen heeft een mening, dus het is niet dat dit uit de lucht komt vallen. Maar ik kan je vertellen: nee, het is niet waar. Ik houd juist van een mooi gevecht. Deze keuze ging meer om mijzelf dan om Max."
Ricciardo blijft dan ook bij zijn statement dat hij toe was aan een nieuwe uitdaging. "Het gevaar dat ik in deze omgeving (bij Red Bull) gefrustreerd zou raken, was gewoon te groot", zo legt hij uit. "En ik heb absoluut niet de behoefte om een zuur mens te worden die maar blijft denken 'wat als ik in 2013 al bij Red Bull was gekomen?'. Het is dus niet vanwege Max, al kan ik wel snappen dat sommige mensen dat denken."
65 laps & some pitstop practices later, @danielricciardo is a happy man with another solid afternoon in the car.#RSspirit pic.twitter.com/qlj3AeqHjJ — Renault F1 Team (@RenaultF1Team) 28 februari 2019

