close global

Welcome to GPFans

CHOOSE YOUR COUNTRY

  • NL
  • GB
  • IT
  • ES-MX
  • US
  • NL

Achtergrond: De auto's die Michael Schumacher reed in zijn Formule 1-carrière

Foto: © LAT Images

Achtergrond: De auto's die Michael Schumacher reed in zijn Formule 1-carrière

Nu de hele Formule 1-wereld stilstaat bij de 50e verjaardag van Michael Schumacher, is er geen beter moment te bedenken om eens terug te blikken op de carrière van de meest succesvolle Formule 1-coureur aller tijden. De zeven wereldtitels en 91 Grands Prix die op zijn naam staan, behaalde Schumacher met een aantal van de meest legendarische Formule 1-auto's. We zetten alle door hem gereden auto's op een rijtje.

1991: Jordan 191

Deze auto werd maar in één race gereden door Schumacher, zelfs maar een aantal bochten in die race, maar het blijft de beroemde debuutauto van de coureur. Hij stal er de show mee in België, toen hij zich als zevende wist te kwalificeren met de niet bepaald krachtige Jordan.

Gelijk daarna wisselde Schumacher naar het team van het meer vermogende team van Benetton, waarmee hij drie van de vijf resterende races in de punten eindigde, in zijn eerste jaar in de Formule 1 (1991).

Met deze auto behaalde Schumacher een jaar later (zijn eerste volledige seizoen) zijn eerste Grand Prix-winst. In België, waar hij het jaar ervoor zijn debuut had gemaakt, won hij de race. Daarnaast pakte hij een heel aantal keer het podium, wat genoeg was voor de derde plaats in de eindstand van het kampioenschap. Schumacher had zich gevestigd als een grote belofte voor de toekomst.

Een waardige tegenstander, maar de B193 had niet genoeg in huis om een antwoord te geven op de dominante auto van Williams, waarmee Alain Prost zijn vierde titel pakte. Schumacher moest genoegen nemen met de vierde plaats, maar pakte in alle races die hij uitreed het podium én in Portugal zijn tweede overwinning.

Schumacher begon 1994 sterk, met zes overwinningen in de eerste zeven races, maar Damon Hill nam uiteindelijk de overhand en kon daarbij ook profiteren van twee races die ongeldig werden verklaard en nog eens twee races waarin Schumacher vanwege diskwalificatie niet aan mee mocht doen. Het was echter niet genoeg om Schumacher van zijn eerste wereldtitel te houden. Die stelde hij veilig in een eveneens controversiële slotrace, waarin hij in botsing kwam met Hill en met één punt verschil kampioen werd.

Schumacher's tweede titel kwam wederom bij Benetton en daarbij won het team ook de enige constructeurstitel die het ooit won. Schumacher en teamgenoot Johnny Herbert sleepten samen maar liefst 11 Grands Prix binnen, waarvan er 9 van Schumacher waren.

In 1996 kwam de overstap naar Ferrari, dat al heel lang de titel niet meer had behaald. Het werd niet gelijk een succesverhaal voor Schumacher. Hij won op spectaculaire wijze de regenrace in Barcelona, maar moest zich na zijn twee titels met Benetton tevreden stellen met de derde plaats in het eindklassement.

Een jaar later reed Schumacher met een evolutie van de auto van 1996, maar die hangt niet samen met al te beste herinneringen. De Duitser werd na een sterk seizoen met vijf overwinningen uit het kampioenschap geschrapt, vanwege een poging om Jacques Villeneuve de titel door de neus te boren door met hem te crashen in de slotrace in Jerez. Villeneuve werd alsnog kampioen.

Na het debacle van een jaar eerder, keerde Schumacher met het mes tussen de tanden terug in 1998. Er volgde een verwoede strijd tussen hem en McLaren-coureur Mika Häkkinen. Die laatste trok uiteindelijk aan het langste eind en de eerste titel van Schumacher met Ferrari liet nog even op zich wachten; hij werd tweede na een seizoen met maar liefst zes overwinningen.

1999 had al wel eens het jaar van Schumacher en Ferrari kunnen worden, ware het niet dat hij halverwege het seizoen bij een zware crash op Silverstone een been brak. Het leidde ertoe dat Schumacher zes races uitgeschakeld was en alleen nog de twee laatste races in actie kon komen. Daardoor liep hij zoveel punten mis, dat hij genoegen moest nemen met de vijfde plaats in het kampoenschap.

Hier begon na de eerdere teleurstellingen dan eindelijk de periode waarin Schumacher samen met Ferrari de recordboeken in ging. Met maar liefst negen overwinningen pakte Schumacher eindelijk de felbegeerde titel met Ferrari. Met nog één race te gaan, verzegelde Schumacher het kampioenschap.

De basis was gelegd; Ferrari en Schumacher stegen tot grote hoogten. In 2001 bouwde het daarop voort met een zeer dominant seizoen. Het was het jaar waarin Schumacher met vier titels op gelijke hoogte kwam met Alain Prost en alleen Fangio nog boven zich moest dulden. Ook het winstrecord van Prost, 52 races, sneuvelde in 2001.

Als 2001 al een dominant jaar was, dan was 2002 de overtreffende trap. Schumacher reed alle races uit; kwam elke race op het podium en het 'slechtste' resultaat was één derde plek, nog met de auto van het jaar ervoor. Met de F2002 pakte Schumacher in 2002 uitsluitend de overwinning (10 keer) of de tweede plaats (5 keer). Schumacher kwam op gelijke hoogte met Fangio, met zijn vijfde titel.

Schumacher begon het seizoen van 2003 met de dominante auto van het jaar ervoor, maar diens opvolger bleek de concurrentie beter de baas te kunnen. Opnieuw volgde een ijzersterke reeks races, maar in de tweede helft van het seizoen ging het minder. Sterke concurrentie van de jonge Kimi Räikkönen in zijn McLaren vormde een reële bedreiging voor de titel. Uiteindelijk was het allemaal wel net genoeg voor de zesde titel, waarmee Schumacher zich kroonde tot de meest succesvolle Formule 1-coureur aller tijden.

Hoewel eind 2003 het succes dus ietsjes leek te tanen voor Ferrari en Schumacher, kwamen de Italianen daar in het volgende jaar keihard overheen met één van de meest dominante auto's die de Formule 1 ooit heeft gezien. De F2004 maakte gehakt van het hele veld en met Schumacher achter het stuur was er voor de anderen al helemaal geen beginnen aan. Nog altijd gelden de 13 overwinningen die de Duitser dat seizoen pakte als het absolute record, hoewel Sebastian Vettel het in 2013 met Red Bull Racing evenaarde. Het winstpercentage (72,2 procent van de races) is alleen lager dan dat van Alberto Ascari, die in 1952 zes van de acht races won. Het leverde Schumacher met overmacht zijn zevende titel op, waarmee hij tot op de dag van vandaag met twee titels marge als de meest succesvolle Formule 1-coureur aller tijden geldt.

Waar Ferrari en Schumacher in 2004 hun geluk niet op konden, was dat een jaar later wel voorbij. Problemen met de banden van Bridgestone gooiden voor het grootste deel roet in het eten en Renault met Fernando Alonso konden Ferrari het nakijken geven. Schumacher won slechts één race en de dominante jaren zaten er voor goed op.

In 2006 ging het gelukkig voor Ferrari weer een stuk beter en kon Schumacher de teleurstelling van een jaar eerder van zich afschudden met zeven overwinningen. Het was echter niet genoeg om de opgekomen rivaal Alonso het hoofd te bieden en voor het tweede jaar op rij moest Schumacher de Spanjaard voor zich dulden in de eindstand. Uiteindelijk bleek de levende legende in China zijn laatste overwinning te hebben geboekt; hij nam na dat jaar afscheid van de Formule 1 en de top van het podium bereikte hij later niet meer.

In 2010 maakte de befaamde coureur toch nog een (door velen gehoopte) terugkeer in de Formule 1. Het door Mercedes overgenomen Brawn GP kon echter de vorm van een jaar eerder niet herhalen en Schumacher moest genoegen nemen met de vierde plaats als beste resultaat. Teamgenoot Nico Rosberg bereikte wel drie keer het podium.

In het tweede jaar van zijn comeback ging het niet bepaald beter. De auto bleek geen podiummateriaal en wederom ging het teamgenoot Nico Rosberg beter af, hoewel ook hij het podium niet wist te bereiken. Een mager jaar voor Schumacher.

En dan tenslotte de laatste Formule 1-auto waarmee de levende legende ooit in actie kwam in een Grand Prix: de W03. Het bracht Schumacher niet de gehoopte competitiviteit, maar toch wist hij er in zijn laatste jaar in de Formule 1 nog voor een paar mooie momenten mee te zorgen. Zo klokte hij in Monaco voor de laatste keer de snelste tijd in de kwalificatie, maar die werd helaas vanwege een straf niet verzilverd in pole position. Hij pakte in Spanje nog wel voor het eerst sinds zijn comeback een podiumplaats (de derde plaats) en dat bleek ook de laatste keer te zijn dat we 'Schumi' op het podium zagen. Hij maakte na dat seizoen plaats voor Lewis Hamilton, die vervolgens twee jaar later met de inmiddels hybride aangedreven Mercedes de titel pakte.

Ontdek het op Google Play