Welcome to GPFans

CHOOSE YOUR COUNTRY

  • NL
  • GB
Biografie van McLaren

Biografie van McLaren

F1 Nieuws


0 reacties

Biografie van McLaren

Biografie van McLaren

McLaren; een team met Nieuw-Zeelandse roots

Oorspronkelijk bekend als Bruce McLaren Motor Racing, werd McLaren in 1963 door de Nieuw-Zeelandse F1-coureur Bruce McLaren opgericht. Dit team maakte zijn Grand Prix-debuut tijdens de Monaco Grand Prix van 1966. McLaren was het eerste team dat een auto bouwde rond een koolstofvezel monocoque, een proces dat nu gebruikelijk is in de meeste vormen van autosport. Ze zijn uitgegroeid tot een van de meest succesvolle teams in de F1, met acht constructeurtitels, twaalf kampioenschappen voor coureurs en meer dan 160 Grand Prix-overwinningen.

Het verlies van de oprichter

De eerste overwinning kwam van Bruce McLaren zelf in 1968 tijdens een race die buiten het kampioenschap viel op Brands Hatch; McLaren ging door met het winnen van de Belgische Grand Prix. Teamgenoot Denny Hulme vergrootte het succes van het team met overwinningen op de Italiaanse en Canadese Grand Prix later in het seizoen. Het team eindigde als tweede in het constructeurskampioenschap achter Lotus. Het jaar 1970 begon met een ramp voor het team, ze gingen voor de eerste keer naar de Indy 500, maar Hulme verbrandde zijn handen tijdens een crash gedurende de oefenronde. Op 2 juni 1970 overleed Bruce McLaren vervolgens bij het testen van een CanAm-auto op Goodwood. Twaalf dagen na zijn dood bracht Dan Gurney de auto richting de overwinning in de eerste CanAm-race van het seizoen. Ondanks zijn terugtrekking uit de serie in 1972 was McLaren veruit de meest succesvolle constructeur met 43 overwinningen uit de CanAm-serie.

Grote successen volgden

Het was twee jaar na de dood van McLaren dat het team zijn volgende F1-overwinning zou behalen Dit gebeurde in de Zuid-Afrikaanse Grand Prix, met Hulme die de M19C bestuurde. Ondanks een indrukwekkende line-up van bekende coureursnamen die zich bij het team voegden, bleef het team weinig succesvol. McLaren zou tot 1976 moeten wachten om hun volgende coureurskampioenschap, op conto van James Hunt, in de wacht te slepen. Hij versloeg Niki Lauda van Ferrari met één punt. In 1984 genoot het team een bijna perfect seizoen met coureurs Niki Lauda en Alain Prost op de baan; Lauda versloeg zijn teamgenoot in de race om het kampioenschap en de dominante combinatie hielp McLaren aan zijn tweede constructeurstitel ooit. Het team won met 86 punten van Ferrari. Prost bleef vechten om in zowel 1985 als '86 het kampioenschap te winnen.

Vernieuwing in het team

Het McLaren-team zoals we het vandaag kennen, werd in 1980 gevormd toen Ron Dennis 'Project 4 Racing-team’ fuseerde met McLaren en Dennis de functie van teamhoofd op zich nam. Deze actie zorgde voor een tijdperk van dominantie voor het team. Ayrton Senna won de wereldtitel in 1988 en teamgenoot Prost won deze in 1989. Senna won de titel in 1990 terug en behield deze in het volgende jaar. Het team won al deze jaren ook de constructeurstitel. Na deze periode ging McLaren opnieuw achteruit, waarna het tot het seizoen van 1998 duurde voordat ze de volgende titel wonnen. Ze deden dit echter in een overtuigende stijl nadat ze de nieuwe regels succesvol hadden vertaald in een winnende auto voor Mika Häkkinen. Dit resulteerde in een winst van beide titels voor het team. In 1999 bleef Häkkinen de wereldkampioen.

Vallen en opstaan

Aan het begin van de nieuwe eeuw kwam het team onder zware druk te staan van Ferrari en Williams en raakte het niet verder dan de tweede plaats. De geschiedenis van het team vol pieken en dalen werd voortgezet, want na een paar teleurstellende seizoenen, keerde het team terug met misschien wel de snelste auto van 2005. McLaren miste de overwinning nipt, aangezien er wel 10 overwinningen waren maar de betrouwbaarheid van de wagen net tekortschoot. De reputatie van McLaren liep in 2007 een deuk op toen ze, net als Renault, werden beschuldigd van het profiteren van vertrouwelijke Ferrari-gegevens. Alle constructeurspunten van het team werden gewist en ze moesten een boete van 100 miljoen dollar betalen. Tijdens de races zorgde de intense rivaliteit tussen teamgenoten Lewis Hamilton en Fernando Alonso ervoor dat ze met hetzelfde aantal punten eindigden, maar net één punt minder dan de winnaar.

Hamilton heerst

Het jaar daarop zorgde Hamilton ervoor dat het team zijn eerste kampioenschap sinds 1999 behaalde, al was het een individuele prijs voor Hamilton. Vanwege een teleurstellend seizoen van teamgenoot Heikki Kovalainen eindigde het team tweede in de race om de constructeurstitel. In 2009 trad Ron Dennis af als teamhoofd om plaats te maken voor Martin Whitmarsh. Het team ging teleurstellend van start in het seizoen, waarbij de coureurs worstelden om punten te behalen, laat staan op het podium te eindigen. Na een reeks wijzigingen aan de MP4-24 behaalde Hamilton eindelijk de eerste overwinning van het team tijdens de Hongaarse Grand Prix. Terwijl de ontwikkeling van andere teams bijna stopte bleef McLaren doorgaan wat ervoor zorgde dat Hamilton opnieuw een overwinning in Singapore en een drietal andere podiumplaatsen behaalde. Helaas bleef Kovalainen echter teleurstellen.

Vervanging voor Kovalainen

McLaren vocht zich een weg terug naar de derde plaats in het constructeurskampioenschap, nog voor grote rivaal Ferrari. De regerende wereldkampioen Jenson Button werd binnengehaald om Kovalainen in 2010 te vervangen en zorgde voor een volledig Brits team met Hamilton. Button won twee van de eerste vier races voor zijn nieuwe team, terwijl Hamilton er later in het seizoen drie aan toevoegde, waardoor ze respectievelijk op de vijfde en vierde plaats eindigden. McLaren werd tweede achter Red Bull in het constructeurskampioenschap. McLaren was de enige serieuze uitdaging voor Red Bull in 2011, waarbij Hamilton en Button elk drie races wonnen en het team opnieuw tweede werd in het constructeurskampioenschap. Ze wonnen er het volgende seizoen nog één, maar daalden naar een derde plaats, nog achter Ferrari, omdat betrouwbaarheid en prestatieproblemen aan het einde van het seizoen hen uiteindelijk de kop kostte in beide titelgevechten. Hamilton beëindigde zijn bijna levenslange samenwerking met McLaren het volgende seizoen en werd vervangen door Sergio Perez. Wat volgde was een erg moeizaam seizoen voor het team, want ze slaagden er voor het eerst in 33 races er niet in om het podium te bereiken. Perez werd hierna in 2014 vervangen door Kevin Magnussen.

Verdere teleurstelling met Honda

In een poging om de moeizame voorgaande jaren sterk achter zich te laten, besloot McLaren vanaf 2015 in zee te gaan met het naar de Formule 1 terugkerende Honda. De gezamenlijke successen uit de jaren werden als inspiratie gezien en men dacht dat te kunnen gaan herhalen. Het liep uit op een afgang. De Japanse krachtbron bleek qua vermogen en betrouwbaarheid ondermaats. Fernando Alonso, die vanwege de aantrekkingskracht van de terugkeer van Honda weer naar McLaren was gekomen, reed drie seizoenen voor spek en bonen mee en raakte alsmaar verder gefrustreerd. Ook de in 2017 aan de line-up toegevoegde Vlaamse coureur Stoffel Vandoorne wist (deels vanwege de tekortkomingen van de auto) niets noemenswaardigs te presteren. Eind 2017 barstte de bom tussen McLaren en Honda en besloot het team over te stappen op Renault als motorleverancier.

Met Renault op zoek naar succes

De overstap naar Renault als motorleverancier had het tij volledig moeten keren voor McLaren in 2018, maar opnieuw volgde er teleurstelling. De auto bleek niet goed te zijn en McLaren wist het gehoopte succes nog niet te bereiken. Uiteindelijk moest de Britse renstal genoegen nemen met een zesde plek in het klassement. Aan het einde van het seizoen besloot F1-veteraan Fernando Alonso dat hij genoeg had van de Formule 1 en besloot hij dan ook om zijn rol als actieve coureur in de topklasse van de autosport neer te leggen. Stoffel Vandoorne werd door het team zelf aan de kant gezet.

Op weg terug naar de top

In 2019 werd het roer volledig omgegooid bij McLaren. Het team haalde Carlos Sainz binnen om Fernando Alonso te vervangen, terwijl rookie Lando Norris aangesteld werd ter vervanging van Stoffel Vandoorne. Met deze twee coureurs had het team goud in handen. De coureurs wisten namelijk niet alleen op de baan te presteren, maar waren marketingtechnisch ook nog een fantastisch duo. Daarnaast werden er ook binnen het overige personeelsbestand, inclusief het management, enkele drastische herstructureringen doorgevoerd. Hierbij werd de Duitse Andreas Seidl, die reeds motorsport ervaring had bij BMW en Porsche, aangesteld als de spiksplinternieuwe teambaas. Dankzij de herstructurering waaide er een frisse nieuwe wind door het McLaren Technology Centre en dat was al snel terug te zien in de resultaten.

De eerste drie races van het seizoen verliepen ietwat moeizaam voor het team uit Woking, maar daarna schoten de resultaten omhoog. De coureurs finishten regelmatig in de top tien, waardoor het puntenaantal van 2018 al snel geëvenaard werd. De echte kers op de taart kwam echter pas tijdens de Grand Prix van Brazilië, toen het team voor het eerst sinds 2014 weer op het podium plaats mocht nemen. Carlos Sainz was als vierde over de eindstreep gekomen op Interlagos, maar werd uiteindelijk gepromoveerd naar de derde plek vanwege een tijdstraf voor Lewis Hamilton. Uiteindelijk sloot McLaren het seizoen af op de vierde plek in het eindklassement, met Sainz op P6 en Norris op P11 in het wereldkampioenschap.

Het Formule 1-seizoen van 2020 kende veel ups en downs voor McLaren. Door de coronacrisis begon het jaar met flinke financiële problemen voor de Britse renstal. Om de financiële situatie iets te verbeteren werden er dan ook de nodige maatregelen getroffen. Zo moesten er noodgedwongen werknemers ontslagen worden, werd ruim 15% van de aandelen verkocht aan een Amerikaans consortium en werd het McLaren Technology Centre verkocht, zodat het team het gebouw van de nieuwe eigenaar kon leasen. Toen er eenmaal weer geracet kon worden, ging het gelukkig al snel weer een stuk beter met McLaren. Het team wist het momentum van 2019 goed door te zetten en begon het seizoen met een prachtige podiumplek voor Lando Norris. De rest van het seizoen finishte het team regelmatig in de punten en zodoende werd het puntentotaal van 2019 ook weer moeiteloos verbroken. Uiteindelijk sloot McLaren het seizoen af op de derde plek in het eindklassement, met Sainz wederom op P6 en Norris op P9.

Een hoopvolle toekomst

In maart 2020 werd bekendgemaakt dat McLaren wederom van motorleverancier zou gaan wisselen. De Britse renstal had namelijk een nieuwe deal gesloten met de wereldkampioenen, waardoor ze vanaf 2021 verzekerd waren van een Mercedes-motor. Ruim twee maanden later, in mei 2020, werd bekendgemaakt dat er in 2021 nog meer veranderingen zouden komen in 2021. Carlos Sainz zou het team namelijk gaan verlaten en de overstap gaan maken naar het team van Ferrari. Daniel Ricciardo, die op dat moment nog voor het team van Renault reed, werd vervolgens aangesteld als zijn opvolger. Het team uit Woking had al vaker geprobeerd om Ricciardo binnen te halen, maar was er nog niet eerder in geslaagd dankzij tussenkomst van Renault.

Al met al ziet de toekomst van McLaren binnen de Formule 1 er momenteel erg zonnig uit. De Britse renstal heeft de afgelopen jaren een overduidelijke groei doorgemaakt en de verwachting is dan ook dat ze dit in 2021 weer door kunnen zetten. Met Daniel Ricciardo als nieuwste aanwinst, Lando Norris als vertrouwde kracht én de snelle Mercedes-motor lijkt niets McLaren meer te kunnen stoppen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Reageer mee via de App

Vri 05 Mrt

Don 04 Mrt

Ontdek het op Google Play